Het probleem is zelden het aantal
Een kast met veertig voorwerpen kan rustig ogen en een kast met twaalf voorwerpen chaotisch. Wat het verschil maakt is niet de hoeveelheid maar de mate van herhaling: als de stukken in formaat, hoogte en kleur voortdurend wisselen, moet het oog telkens opnieuw scherpstellen en dat voelt als rommel. Een rij gelijkvormige objecten met regelmatige tussenruimte leest het oog in één keer. Vandaar dat museumvitrines vaak zo streng zijn ingedeeld; dat is geen kaalheid maar leesbaarheid.
Groeperen in oneven aantallen
Zet bij elkaar wat bij elkaar hoort, en houd de groepjes klein: drie of vijf stuks werken beter dan twee of vier, omdat een oneven groep vanzelf een middelpunt heeft. Laat tussen de groepjes duidelijk meer ruimte dan binnen een groepje; die ruimte is wat het oog vertelt waar de ene gedachte ophoudt en de volgende begint. Dit is de ingreep die van alle mogelijkheden het meeste effect heeft en die niets kost.
Hoogteverschil maken
Alles op dezelfde hoogte oogt vlak, en achterste rijen verdwijnen achter voorste. Kleine sokkels, blokjes acryl of zelfs een omgekeerd doosje onder de achterste stukken lossen dat op. Werk van laag naar hoog van voor naar achter, en houd het verschil bescheiden: drie tot vijf centimeter per rij is meestal genoeg. Zorg dat de sokkels zelf niet opvallen; doorzichtig acryl of dezelfde kleur als de plank is daarvoor het handigst.
Lege ruimte durven laten
De grootste verleiding bij een groeiende verzameling is om elke vrije centimeter te vullen. Toch is lege ruimte geen verspilling maar het middel waarmee de gevulde ruimte gaat werken. Een plank die voor tweederde bezet is, toont zijn inhoud beter dan een plank waar alles tegen elkaar aan staat. Wie meer stukken heeft dan de kast comfortabel aankan, kan beter wisselen: een deel tonen, de rest bewaren, en een paar keer per jaar verwisselen.
Achtergrond en kleur
De achterwand is het grootste vlak in de kast en bepaalt daarmee de rust. Een egale, matte kleur werkt vrijwel altijd beter dan een patroon of een spiegel. Donker laat lichte voorwerpen oplichten en verbergt de randen van de kast; licht doet het omgekeerde en werkt goed bij donker materiaal. Kies één kleur voor de hele kast en niet per plank een andere: die eenheid is precies wat de opstelling samenbindt.



